“Meer leerlingen type basisaanbod kunnen op leeftijd naar de B-stroom en draaien daar vlot mee.”
Hoe draag je als school voor buitengewoon onderwijs bij aan meer inclusie? Kiempunt campus Eeklo denkt vooruit en gaat resoluut voor duidelijke en hoge doelen, afgestemd op het vervolgonderwijs. “Zo bieden we onze leerlingen alle kansen op een ideale doorstroom”, aldus directeur Elien Heynssens en pedagogisch-didactisch coördinator Helena Vermeir.
Welke leerlingen zitten er zoal op jullie school?
Helena Vermeir: “We bieden onderwijs type basisaanbod aan voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften, en type 9, voor kinderen met een autismespectrumstoornis. We hebben dus kinderen mét en zonder leerachterstand.”
Elien Heynssens: “Onze kinderen hebben vaak al een lange zoektocht achter de rug voor ze een doorverwijzing krijgen naar buitengewoon onderwijs. Voor type 9 is daar een diagnose voor nodig. Vaak ontbreekt die of staan kinderen op wachtlijsten, terwijl ze wel ondersteuningsnoden hebben.”
Helena Vermeir: “Daardoor komen leerlingen hier soms pas heel laat toe of starten ze in het type basisaanbod, waar ze zonder diagnose terecht kunnen.”
Wat betekent die voorgeschiedenis voor de start op jullie school?
Elien Heynssens: “Onze kinderen arriveren vaak met een zware geschiedenis, soms op het randje van traumatisch. Ze zijn hun zelfvertrouwen helemaal kwijt. Daarom zetten we bij de start sterk in op welbevinden. Het herstel van hun zelfvertrouwen is een van de belangrijkste zaken om kinderen weer in gang te krijgen.”
Helena Vermeir: “Ons eerste doel is zorgen voor een succeservaring. Pas dan bouwen we verder. We zetten eerst in op startcomfort. We testen het instapniveau van de kinderen als ze toekomen op school en schatten in bij welke groep ze aansluiting vinden. Zodra het zelfvertrouwen terug is, bloeien kinderen open en komen ze opnieuw tot leren. Op dat moment kunnen we versnellen en is veel meer mogelijk dan je in het begin zou denken.”
Jullie willen kinderen optimale uitstroomkansen bieden richting secundair onderwijs. Waar ligt de sleutel om dat te realiseren?
Elien Heynssens: “Die ligt in het gericht stellen van hoge doelen voor al onze leerlingen. In onze vroegere werking stelden we het laatste schooljaar regelmatig vast dat kinderen net niet het niveau haalden voor een doorverwijzing naar de B-stroom, terwijl ze daar vaak wel de capaciteiten voor hadden. Langs de andere kant hoorden we van secundaire scholen dat veel van onze kinderen daar goed op hun plaats zaten, zelfs zonder een advies B-stroom.”
“Met die 2 zaken in ons achterhoofd onderzochten we onze afstemming op het secundair in de diepte. We wilden veel explicieter inzoomen op wat kinderen nodig hebben om in te stromen in de A-stroom, B-stroom of een specifieke vorm van buitengewoon secundair onderwijs. Zo kunnen we veel gerichter werken, het leertempo sterk optrekken en kinderen maximale kansen bieden.”
Hoe pakten jullie dat aan?
Helena Vermeir: “We organiseerden infoavonden voor de ons omliggende scholen, leidden ze rond in onze school, gaven inzicht in onze werking en bevroegen hen over de doelen. Wat ontbrak in onze opleidingen, zetten we wel in op de juiste zaken en zagen ze kansen om onze kinderen kansrijker te oriënteren?”
“Dat leverde een schat aan informatie op. We leerden bijvoorbeeld dat we veel tijd staken in cijferen, terwijl dat in de B-stroom niet meer aan bod komt op de meeste scholen. Leerlingen moeten er vooral zelf tot oplossingen komen, met hulpmiddelen, zoals een rekenmachine. Daar leerden wij onze leerlingen dan weer nauwelijks mee werken. Dus verlegden we onze focus en de opbouw van de lessen. Cijferen brengen we nog wel aan, maar alleen als al de rest verworven is.”
Elien Heynssens: “Op den duur konden we een doelenkader opstellen van wat kinderen moeten kennen en kunnen om vlot te kunnen starten in de B-stroom. We merken daar nu veel interesse voor vanuit scholen voor gewoon basisonderwijs. Ook voor hen is het ontzettend moeilijk om correct in te schatten wanneer kinderen naar de B-stroom kunnen, en vooral ook wanneer niet.”
“Die denkoefening maakten we voor al onze doorstroomprofielen. Voor OV3 verwacht men meer handvaardigheid en zelfredzaam rekenen dan wij oorspronkelijk aanboden. Ons aanbod praktijkgerichte klassen taal en wiskunde is daarom uitgebreid. Kinderen leren er met alle hulpmiddelen naar de winkel te gaan. Ze weten of er voldoende geld op hun rekening staat, vergelijken prijzen, leren omgaan met korting… We maken hen maatschappelijk weerbaarder, maar het automatiseren of reproduceren van kennis laten we wat los voor die groep.”
Betekent die transparantie ook meteen dat jullie kinderen expliciet voorbereiden op een bepaald type secundair onderwijs?
Elien Heynssens: “Leerlingen zo maximaal mogelijke kansen geven, betekent net niet lang op voorhand beslissen wat het vervolgtraject wordt. Kinderen evolueren nog heel sterk op die leeftijd. We houden die evolutie nauwgezet bij tijdens hun hele carrière hier op school. Elke klassenraad opnieuw bekijken we wat de best mogelijke kansen biedt voor een kind en hoe we die kansen nog kunnen vergroten.”
Helena Vermeir: “Daarom kiezen we heel bewust de volgorde waarin we doelen aanbrengen. Door die goed op elkaar af te stemmen, kunnen kinderen makkelijk schakelen tussen verschillende uitstroommogelijkheden. Soms zetten we bijvoorbeeld in op een B-stroom, maar merken we en cours de route dat het kind misschien ook naar de A-stroom kan. Door een aantal organisatorische ingrepen maken we dat dan mogelijk.”
Laat ons dat concreet maken. Stel dat ik mijn kind bij jullie inschrijf, hoe ziet zijn onderwijs er dan uit?
Elien Heynssens: “We schalen kinderen in de eerste plaats in op een bepaald startniveau, van erg praktijkgericht tot sterk leergericht en allerlei opties daartussen. Het taalniveau is daarbij een cruciale factor. Een tweede aandachtspunt is het welbevinden. Kinderen moeten zich goed voelen bij de klas en de leraar. Zo komt je kind terecht in een klas, waarmee het een aantal vakken heeft, op een bepaald tempo.”
Helena Vermeir: “We hebben dus verschillende startniveaus van klassen basisaanbod, structuurklassen voor kinderen type 9 en 2 gemengde klassen over de types heen. Omdat we zo’n brede groep leerlingen onder één dak hebben, kunnen we een groot scala aanbieden aan klasgroepen qua tempo, inhouden, aanpak… Zo kunnen we bij de indeling al heel goed rekening houden met de noden van de kinderen.”
“Maar die indeling op basis van het startniveau volstaat niet. Het leertempo binnen een klasgroep verschilt vaak sterk. Daarom clusteren we voor bepaalde vakken kinderen in tempogroepen op basis van de snelheid waarop ze leren.”
Wat betekent dat voor het lesrooster?
“Tijdens bepaalde lesuren wiskunde, spelling en Frans gooien we de klasgroepen door elkaar. Alle leerlingen type basisaanbod hebben bijvoorbeeld het derde lesuur wiskunde. Tijdens dat uur krijgt iedereen wiskunde op zijn niveau in zijn tempogroep.”
Elien Heynssens: “De tempogroepen voor spelling of Frans delen we op een gelijkaardige manier in. Die groepen komen dus niet noodzakelijk overeen met die van bij wiskunde. Voor elke groep omschrijven we de noden en de doelen. Welke hulpmiddelen moeten kinderen zeker leren gebruiken? Moeten ze het tempo volgen van het gewoon onderwijs of net niet? Waar moet extra aandacht naar gaan? Zo halen we voor elke leerling het onderste uit de kan.”
Helena Vermeir: “Je zou de indruk kunnen krijgen dat dat homogene groepen oplevert, maar niks is minder waar. Ook binnen de tempogroepen is nog veel nood aan extra ondersteuning of uitdaging. Daarom coteachen onze logopedisten, kinesisten, blioleraren (bijzondere leermeesters individueel onderwijs)…, zodat we maximaal kunnen differentiëren.”
De nieuwe aanpak is nu 2 jaar oud. Wat zijn de eerste bevindingen?
Helena Vermeir: “De grootste winst is dat we een veel beter beeld hebben van de sterktes en zwaktes van onze leerlingen en op welke punten we extra moeten ondersteunen. Leraren werken daardoor veel gerichter.”
Elien Heynssens: “De kansen van onze leerlingen zijn verbreed. We hebben meer leerlingen type basisaanbod die op leeftijd naar de B-stroom kunnen en daar vlot meedraaien. Dankzij onze groepsindeling merken we ook dat leerlingen met perspectief A-stroom meer kans hebben om de eindtermen te halen, eventueel met een jaar verlenging.”
Waar lopen jullie nog tegenaan?
Elien Heynssens: “Een van onze grootste frustraties is dat leerlingen nog blijven hangen tussen het niveau van de A- en de B-stroom. Nogal wat leerlingen eindigen hier met een niveau 5e leerjaar. Ze krijgen dus geen getuigschrift basisonderwijs, maar langs de andere kant steken ze er in de B-stroom met kop en schouders bovenuit op cognitief vlak. Voor die kinderen is er geen gepast aanbod in het secundair.”
Helena Vermeir: “Toch zien we grote verschillen. Op scholen waar leerlingen in de B-stroom, net als bij ons, les krijgen in verschillende niveaugroepen is het probleem veel minder groot.”
Elien Heynssens: “Daarnaast kampen we soms met het verwachtingspatroon bij leraren en ouders. Onze sterke focus op optimale doorstroomkansen veroorzaakt wel wat extra druk bij onze leraren om met alle leerlingen zo ver mogelijk te springen. Toch moet je soms aanvaarden dat bepaalde zaken niet lukken.”
“Zo hebben onze kinderen met ASS wel de intellectuele mogelijkheden om mee te draaien in een A-stroom, maar de nood aan structuur, voorspelbaarheid en rust kan soms te groot zijn, waardoor het niet lukt. Ouders kunnen daarover ontgoocheld of gefrustreerd zijn.”
Welke kansen zien jullie nog in de toekomst?
Helena Vermeir: “Ik zie nog groeikansen voor een vloeiende overgang tussen bijzonder lager onderwijs en het secundair onderwijs. Dat is iets waar we als school aan kunnen blijven werken.”
Elien Heynssens: “We staan nog maar aan het begin van een proces. Er beweegt heel wat. We raakten ontzettend geïnspireerd door de contacten die we legden in de ‘Hoge doelen’-projecten en de verhalen op het inspiratiemoment ‘De kracht van inclusief onderwijs’ van SOM. Ik kijk met veel vertrouwen vooruit naar wat we nog meer kunnen doen, al moeten we ook de nodige rust bieden aan ons team en niet te snel willen gaan.”
Directeur Elien Heynssens en pedagogisch-didactisch coördinator Helena Vermeir
| In het labo Inclusie timmeren we aan een meer inclusief Leuvens onderwijs. Op ons inspiratiemoment ‘De kracht van inclusief onderwijs’ presenteerden Elien Heynssens en Helena Vermeir de weg die Kiempunt Campus Eeklo aflegde aan een enthousiast publiek van Leuvense onderwijsmakers. |
